Opdracht 2.1
Qprofile test

Tabel 1
Uit het Q4Profiles rapport zijn verschillende tabellen met informatie gekomen. De bolletjes in tabel 1 laten een gewenst patroon zien. Onder gunstige omstandigheden (met weinig stress), er wordt bewust op een eigen wijze en optiek gehandeld die past bij de situatie. Dit gedrag is het meeste van de tijd aanwezig.
De staven in de diagram zeggen iets over het natuurlijke gedrag. Bij ongunstige omstandigheden (met veel stress), dan is er natuurlijkgedrag te zien. Daar wordt niet voor gekozen, er wordt dan onbewust gehandeld op de situatie. Dit is hoe je reageert bij, bijvoorbeeld een noodsituatie, zoals brand of een overval.
Bij tabel 2 zijn alle 16 verschillende soorten karakters in grote lijnen te zien. Je hebt 4 hoofdgroepen; dominant (rood), invloed (geel), stabiel (groen) en consciëntieus (blauw). Die zijn weer onderverdeeld zijn in 4 kleine groepen. In mijn geval ben ik een helper (groengeel). De helper zit in het vakje van stabiel (groen) maar is wel in de richting van invloed (geel).

Tabel 2